In deze tiendelige reeks ‘Method Matters’ bespreekt Janse Heijn verschillende tactieken om het geheim van een truc (de methode) beter te verbergen. Janse Heijn is professioneel goochelaar en voorzitter van de Magische Kring Centraal Nederland.

Method Matters – deel 8: Convincer

Sinds een jaar of drie reis ik elke maand naar het Leids Universitair Medisch Centrum (het LUMC) om namens Stichting Magic Care te goochelen op de kinderafdeling. De condities op de kinderafdeling vormen een uitdaging omdat sommige kinderen er zodanig aan toe zijn dat je simpelweg geen direct contact met ze mag hebben. Soms goochelen we dan ook van achter een transparant plastic gordijn. Andere keren mogen we wel de kamer op, maar alleen als we een mondkapje, schort, handschoenen, etc. aan- en omdoen. Desondanks is het zeer dankbaar werk om voor en met deze kinderen te goochelen.

Afgelopen jaren had ik het voorrecht om deze kinderen samen met Quintus ‘De Paarse Goochelaar’ van Amstel te mogen bezoeken. Quintus heeft mij destijds wegwijs gemaakt in de wereld van het ‘ziekenhuis-goochelen’ en het is altijd erg interessant om hem aan het werk te zien. Quintus heeft goed nagedacht over het soort trucs dat bij hem past. Hij demonstreert vooral klassieke, vingervlugge trucs waarbij hij het liefst zo weinig mogelijk attributen gebruikt. Wat mij daarnaast ook erg opvalt, is zijn uitvoerig gebruik van convincers: een soort micro-toneelstukjes die de toeschouwers ervan moeten overtuigen dat er nog niets veranderd is aan de situatie zoals die wordt voorgesteld door de goochelaar.

Een goed voorbeeld hiervan is de manier waarop Quintus een munt laat verdwijnen. Na een fake transfer zit de munt niet (zoals het publiek denkt) in zijn linkerhand, maar in de rechterhand waarmee hij tegelijkertijd een metalen goochelstafje vasthoudt. Om het publiek ervan te overtuigen dat de munt nog steeds in zijn linkerhand zit, ‘tikt’ hij met het metalen stafje zogenaamd op de munt. Het geluid dat hierbij vrijkomt komt in werkelijkheid voort uit de rechterhand waarin het andere uiteinde van het stokje onzichtbaar tegen het muntje aanbotst.

De term convincer komt van Harry Lorayne, maar het is Darwin Ortiz die het onderwerp uitvoerig behandelde in zijn boeken ‘Strong Magic’ en ‘Designing Miracles. Een schitterende convincer (oorspronkelijk beschreven door Denny Haney) is de ‘dubbele blaastechniek’ van Fred Kaps. Kaps stopte naar verluid een muntje in zijn hand en blies vervolgens op zijn gesloten vuist. Daarna keek hij vluchtig in zijn vuist of het muntje er nog in zat. Dat was schijnbaar het geval want meteen daarna blies hij een tweede keer op zijn vuist – de eerste ‘blaaspoging’ was blijkbaar niet succesvol… Pas na de tweede keer blazen opende hij zijn hand en bleek het muntje te zijn verdwenen.

Wat ik zo mooi vind aan dit voorbeeld is dat deze reeks handelingen welbeschouwd nergens op slaat. Het muntje is uiteraard vóór de eerste blaaspoging al weg en ieder kind weet dat het blazen niets met het verdwijnen te maken heeft. Daarbij: stel je eens voor dat je muntje écht in je hand kan verdwijnen. Zou je dan moeten kijken om jezelf ervan te verzekeren dat het muntje weg is? Ik zou denken dat je dat gewoon kon voelen; maar die denkstap wordt door toeschouwers zelden gemaakt.

Het moet dan ook gezegd worden dat convincers (in mijn ervaring) vooral werken als je er niet al te veel nadruk op legt. Het zijn vaak subtiele, vluchtige momenten die door de meeste toeschouwers niet eens bewust worden waargenomen. Als een toeschouwer zich na afloop afvraagt of het muntje nog in de hand zat toen de goochelaar erop blies, zal hij het gevoel hebben dat dit zeker het geval was, ook al weet hij niet meer precies wat hem daarvan heeft overtuigd.

Ik heb in het verleden verschillende prominente goochelaars smalend horen praten over dit soort technieken. Volgens hen worden deze subtiliteiten door niemand waargenomen en kun je ze net zo goed weglaten. Wat mij betreft missen die goochelaars een belangrijk punt. Als goochelaar creëer je een alternatieve werkelijkheid met de intentie dat de toeschouwer deze als werkelijkheid ervaart totdat je deze onder hun voeten wegtrekt. Convincers zijn een goedkope manier (ze kosten immers geen geld en nauwelijks tijd) om die werkelijkheid te verstevigen en consistent te maken.

In een eerdere column nummer 5 (‘Waar de duivel zich verstopt…’) heb ik het gehad over het belang van alle details in een routine. Ik ben er zelfs van overtuigd dat deze details de sleutel zijn tot meesterschap. Één van de pedagogisch medewerksters van het LUMC vertelde mij laatst dat ze Quintus de truc met het muntje al vaak heeft zien doen maar dat ze nog steeds geen idee had hoe het werkt. Ik vroeg haar toen of ze dit écht niet wist, of dat ze dit alleen zei om aardig te zijn. Ze had de act immers toch al minstens tientallen keren van verschillende hoeken gezien. Maar blijkbaar was ze toch elke keer voor de bijl gegaan. Dan praat je toch over een sterke routine.

Ook Darwin Ortiz heeft convincer-critici ontmoet. Hij stelt dat er wellicht een hoop leken zijn die bepaalde subtiliteiten missen, maar stelt daartegenover dat er ook een hoop slimmeriken zijn die dit soort dingen wél opvallen. ‘Er zijn slimme mensen en domme mensen; het doel is om zoveel mogelijk mensen te verbazen.’

Overtuigd?

Janse Heijn

Voor meer informatie over Janse’s werk als artiest kun je kijken op:
www.bedrijfsgoochelaar.nl (zakelijk)
www.familiegoochelaar.nl (particulier)

Bronnen:
Darwin Ortiz: Strong Magic, A-1 Magical Media, verkrijgbaar bij de betere goochelwinkels

Meer informatie over wat Magic Care doet lees je hier