Op 7 November 2021 organiseert goochelvereniging Mysterium – in samenwerking met de NMU – het Nederlands Kampioenschap Goochelen voor kinderen. De laatste keer was in 2017 en toen weer gewonnen door Jan Kosters. Weer, want Jan werd daarmee viervoudig Nederlands kampioen goochelen voor kinderen. Zo net voor de inschrijfdatum een goed moment om Jan vijf vragen te stellen.


NK 2012 samen met voormalig NMU president Flip Hallema (foto Bert Speelman) en NK show 2017 (foto Danielle Ridderhof)

1. Van goochelaar als kind naar goochelen voor kinderen. Hoe ben je daar gekomen?

“Ik was op jonge leeftijd al helemaal gek van goochelen. Toen ik een jaar of 19 was en begon te adverteren kwamen daar heel wat boekingen uit. Ik merkte wel dat het goochelen op scholen mij nog enthousiaster maakte. Maar die keuze voor het goochelen voor kinderen heb ik ook deels heel zakelijk gemaakt. Met mijn bedrijfseconomische achtergrond keek ik vooral ook op welke markten mijn collega-goochelaars zich richten. Dat bleken vooral bedrijfsfeesten te zijn (dat werd goed betaald) en daar was ook de meeste concurrentie. Nadeel was wel vaak ‘s avonds werken tot in de late uurtjes en in het weekend.”


Promo-foto voor flyers en advertenties (1999)

“Toen, net getrouwd en met een kind op komst, maakte ik een praktische keuze van een baan voor door de week (en stopte als leraar in het middelbaar onderwijs). Tot op de dag van vandaag heb ik daar geen spijt van alhoewel het momenteel verre van goed gaat. Maar dat is helaas herkenbaar voor al mijn collega’s.”

2. Kinderen zijn het moeilijkste publiek, zegt men wel eens. Veel goochelaars lopen er voor weg. Zijn ze echt zo lastig?

“Het is lang niet altijd makkelijk. Soms ben je meer aan het opvoeden en ben ik meer ‘meester Jan’ dan ‘Goochelaar Jan’. Het kost veel tijd om je in deze doelgroep te verdiepen maar als je je voldoende in hun wereld en gedrag kunt verplaatsen dan zijn kinderen het mooiste publiek dat je je kunt wensen.

Al gelijk vanaf het begin van mijn carrière heb ik mij in deze doelgroep verdiept. Hoe zit het met de ontwikkeling van een kind tussen 4 -12 jaar? Wat krijgen ze aan lesstof aangeboden per leerjaar? Antwoorden van juffen en meesters hielpen mij om de doelgroep beter te begrijpen. Ook tijdens de voorstellingen die ik op scholen en bibliotheken gaf heb ik heel bewust gekeken en geluisterd wanneer en hoe de kinderen van de onder- of de bovenbouw reageren. Interactie en luisteren, spanning en rust bouw ik in mijn shows heel doordacht in. Zo lukt het nog beter om de aandacht vast te houden. Ook de feedback na afloop van de leerkrachten was goud waard door hen specifiek te vragen wat ze leuk en minder leuk vonden voor hun eigen klas.”

“Ik durf te zeggen dat ik nu een voorstelling maak die leuk is en blijft voor kinderen van groep 1 t/m 8. In de voorstelling zit een gelaagdheid van o.a. kleuren, vormen, beweging, muziek, taalgebruik en verhaallijn waardoor ik ieder kind in mijn voorstelling kan meenemen. Voor de bovenbouw bijvoorbeeld verwerk ik een aantal grapjes in mijn verhaal waar de onderbouw niets van begrijpt. Dat doe ik ook heel bewust voor de juffen en meesters. In de recensies lees ik terug dat ze dat ook erg waarderen en ook zelf daardoor de show leuk vinden. Niet onbelangrijk vanuit marketingperspectief.”


Berend Botanicus en Willem Wonderdokter in actie, kinderen krijgen de hoofdrol

3. Berend Botanicus, de Vlaggenfabriek, Willem Wonderdokter, Bij- Les… wat is de rode draad in deze voorstellingen?

“De rode draad is toch wel het verzonnen verhaal. Bekijk als volwassene eens twee of drie animatiefilms en vraag je af in welke fantasiewereld je zit. Dat is iets wat je als goochelaar ook probeert te doen. Een aparte wereld te creëren waar de kinderen in meegaan.

Twee basisvragen stel ik mijzelf altijd. Die helpen ontzettend bij het creëren van een voorstelling: Wie ben ik? Dat bepaalt ook gelijk waar ik ben en wat ik doe. De tweede vraag is: Wie is mijn publiek? Bij mijn voorstelling de ‘Vlaggenfabriek’ (ontwikkeld en vaak geboekt rond Koningsdag) zijn dat dan niet kinderen tussen 4 en 12 jaar maar de mensen die komen voor een rondleiding die ik als directeur Frits geef. Zo is het publiek dus onderdeel van het verhaal geworden en kun je ze benaderen als een karakter. Ze gaan daardoor ook zelf mee in de voorstelling. Daarnaast geeft het heel veel creatieve mogelijkheden in het verhaal zelf en de trucs die ik dan doe. Zo is het geen goochelvoorstelling met een goochelaar maar een theatershow met een verhalenverteller.”


Frits de directeur van de Vlaggenfabriek (foto Bert Speelman)

“Die twee vragen helpen me ook om focus aan te brengen op de trucs die ik bij een verhaal zoek. Bijv. als ik als Berend Botanicus door een bos loop dan weet ik ook wat daar op grond ligt, wat voor dieren daar zijn, geluiden die ik hoor etc. etc. Dan maak ik van daaruit de vertaalslag naar trucs. Dus wat kan ik met blaadjes, bloemen etc. ? Voor een eekhoorn ziet een Chop Cup eruit als een drinkbeker…. en wat bewaart hij daaronder? Precies, een eikel! (gelijk een grapje voor de volwassenen). Misschien is de beantwoording van die twee vragen wel het ingrediënt om vier keer Nederlands kampioen te worden…”

Reis om de wereld in 80 dagen

4. In je lecture-note ‘De Rode Draad’ lees ik hoe je een voorstelling kunt opbouwen en je illustreert dat met een aantal praktijkvoorbeelden. Hoe pak je dat aan?

“Ik heb vanuit de praktijk 5 niveaus bedacht waarop je een show kunt uitwerken. Hoe hoger het niveau, hoe meer werk erin zit en hoe dichter je bij een complete theatershow komt.
Niveau 1 gaat o.a. over kleurgebruik, het decor, kleding, attributen en muziek: Een standaard goochelact met losse trucs. Op niveau 2 gaat het over het typetje/karakter dat je wilt neerzetten. Bijvoorbeeld een dokter. Dat bij elkaar opgeteld maakt er een nog betere show van. Op niveau 3 bedenk je een thema waar je alles aan ophangt. Nu moet alles wat je doet passen bij het thema en dat is lastiger. Bij niveau 4 en 5 maak je op basis van het thema een echte verhaallijn en ga je de karakters uitdiepen en de decors, attributen, trucs en muziek uitwerken. Ik maak daarbij gebruik van de eeuwenoude plots zoals die ook in boeken en films gebruikt worden om het uiteindelijke verhaal aan op te hangen (leestip: The Seven Basic Plots van Christopher Booker). En als dat verhaal goed staat en boeiend genoeg is dan pas ga ik kijken welke trucs daarbij passen, welke effecten kunnen gaan werken en vervolgens kun je je decor daadwerkelijk bouwen. Dat allemaal bij elkaar maakt er uiteindelijk een echte theatervoorstelling van maar om daar te komen ben je doorgaans wel een jaar verder. Vervolgens de show vaak spelen, goed luisteren naar je publiek en collega’s, blijven schrijven en schrappen, blijven ontwikkelen en niet snel tevreden zijn.”

 

Uitleg Jan: Op niveau 1 is dit de ‘standaard’ truc die veel goochelaars doen met een spannend muziekje. Topas vroeg zich af: Als ik deze truc als verschillende karakters doe, wat gebeurt er dan? Dat tilt de act boven het gemiddelde niveau en maakt het leuk om er drie keer naar te kijken. Waarbij hij slim genoeg is om het steeds op een wat andere manier te doen. Belangrijk is dat de truc niet het middelpunt is maar de goochelaar.

5. Welke tips wil je iedere goochelaar voor kinderen meegeven of hij/zij nu meedoet aan het Nederlands Kampioenschap of niet?

“Los van de tips zou ik willen zeggen dat het belangrijk is dat we als goochelaars proberen meer uit ons optreden te halen. Verder gaan dan trucjes/trucs of illusies die we doen. Ik zie het als taak van iedere goochelaar er meer een verhaal of show van te maken en een stap verder te gaan dan alleen een optelsom van trucjes of illusies. Dat zal positief bijdragen aan het imago van de goochelkunst en dat blijft nog steeds nodig. Mijn gevoel zegt dat we niet voldoende de waardering krijgen die we verdienen daar moeten we met elkaar dus nog harder aan werken door dat te bewijzen met onze optredens waar en wanneer ook.”

Richting het NK zou je dus niet naar de trucjes moeten kijken die je doet maar naar wie je bent op het podium en of je een leuk verhaal hebt dat je kunt vertellen. Stel je voor dat je de trucjes weg laat is het dan nog steeds leuk om naar te kijken? Als je die vraag met ja kunt beantwoorden dan ben je op de goede weg.”

“Bezoek een bibliotheek of verdiep je online in de markt van kinder- en prentenboeken. Wat voor verhalen, werelden kom je tegen en hoe worden die verteld en beleefd maar vooral ook hoe ervaar je die zelf? Probeer dat vast te houden bij de ontwikkeling van je eigen voorstelling.

Praat met andere goochelaars voor kinderen over je vak. Bekijk elkaars voorstellingen en geef elkaar eerlijke opbouwende feedback. Dat kan ook op het NK want dan krijg je de kans om 15 minuten van je mogelijk nieuwe show neer te zetten. Een investering in tijd die zich gaat uitbetalen want je verhaal, je karakter, een aantal trucs etc. heb je dan al. Dat gaat je vast ook helpen om te groeien als goochelaar voor kinderen en maakt je wellicht ooit Nederlands kampioen…. “

Marcel Verbakel

Tip van de redactie:
Opgeven voor het Nederlands Kampioenschap Goochelen voor kinderen op 7 November kan t/m 31 Augustus bij Frans de Groot (fransdegroot@mac.com) van goochelvereniging Mysterium. Hij kan je ook meer informatie sturen en de wedstrijdvoorwaarden. Voor meer info over het theater kijk op www.amstelveenspoppentheater.nl

Wil je meer weten over Jan Kosters of zijn lecture note ‘De Rode Draad’ bestellen (normaal 18 euro maar nu voor NMU leden 10 euro inclusief verzendkosten) kijk dan even op www.goochelaarjan.nl

In het beveiligde deel zijn een aantal trucs van Jan Kosters te vinden. Interessant als achtergrond en ter illustratie bij dit interview. Maak van een klassieke truc een eigen versie of met je eigen karakter. Dat maakt de truc per definitie grappiger/interessanter.

Bipsenact 
Bermuda driehoek